|
|
| ||||||
|
| Home> Kaapverdie < | ||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
KaapverdieTaal: Portugees (Creools) Hoofdstad: Praia Regeringsvorm: Republiek Religie: Katholiek, Protestant Oppervlak: 4033 km² Inwoners: 415 duizend Dichtheid : 103/km² Munteenheid: Escudo (CVE) Tijdzone: UTC -1 Nationale feestdag: 5 juli Volkslied: Cântico da Liberdade Het landschap van Kaapverdië heeft over het algemeen een bergachtig karakter. De nog actieve vulkaan Pico de Fogo (2829 meter hoog) is het hoogste punt van de eilandengroep. Diepe ravijnen, ontstaan door erosie, doorklieven het sterk heuvelachtige landschap. Door onregelmatige regenval zijn problemen met erosie ontstaan en is er een tekort aan vers drinkwater. Aan het eind van de jaren tachtig heeft men echter door middel van de aanleg van terrassen en dammen en het planten van ca. 20 miljoen bomen getracht een halt toe te roepen aan de erosie. Klimaat De gemiddelde temperatuur is 26 °C. De eilanden ondergaan het grootste deel van het jaar de invloed van de noordoostpassaat, die soms stof uit de Sahara aanvoert. De regentijd valt tussen augustus en oktober. Het eiland Sao Tiago, waar ook de hoofdstad Cidade de Praia ligt, heeft een gemiddelde jaarlijkse neerslag van 250 mm per jaar. In de jaren '70 viel er echter soms minder dan 25 mm regen per jaar. De eilanden aan de westkant van de archipel hebben een aangenaam klimaat, de overige zijn tropisch. Geschiedenis De Kaapverdische Eilanden werden ontdekt in de 15de eeuw door de Portugezen, die er een basis van maakten voor hun Afrikaanse handel, o.a. in slaven (na de afschaffing van de slavenhandel verarmden de eilanden sterk). Portugese geschiedkundigen schrijven de ontdekking van de Kaapverdische Eilanden toe aan Diogo Gomez, die in dienst was van prins Hendrik de Zeevaarder. In 1462 vestigden de eerste Portugezen zich op Sao Tiago, waar ze Ribeira Grande stichtten. In 1495 werd de eilandengroep officieel Portugees kroondomein. In 1587 werd het een Portugese kolonie. Tussen 1836 en 1879 werd de eilandengroep, samen met Portugees Guinee, bestuurd door een gouverneur- generaal. De afschaffing van de slavernij (in 1876) had een verslechtering van de Kaapverdische economie tot gevolg. Het gebied werd regelmatig door ernstige hongersnoden getroffen. Emigratie vormde voor veel eilandbewoners de enige mogelijkheid om aan de slechte bestaansmogelijkheden te ontsnappen. Mede als reactie op de toenemende onderdrukking door de Portugese machthebbers (vooral na 1920) ontstond een nationalistische beweging. In 1951 kreeg Kaapverdië de status van overzeese provincie. De Kaapverdische strijd tegen de koloniale machthebber was nauw gekoppeld aan die van Guinee-Bissau. De Portugese Anjerrevolutie, waarmee het dekolonisatieproces in1974 in gang werd gezet, maakte de weg vrij voor verkiezingen op de Kaapverdische Eilanden. In juni 1975 behaalde de PAIGC 92% van de stemmen en op 5 juli 1975 werden de Kaapverdische Eilanden volledig onafhankelijk. Eerste president van de nieuwe staat werd de socialist Aristides Pereira (herkozen in 1981 en 1986). In 1981 werden alle plannen voor een vereniging met Guinee-Bissau herroepen. Eind 1990 voerde Kaapverdië als eerste van de vijf voormalige Portugese koloniën in Afrika een meerpartijenstelsel in; begin 1991 koos het land een nieuwe president, de democraat Antonio M. Monteiro. De parlementsverkiezingen van dec. 1995 leverden een ruime meerderheid op voor de Movimento para Democracía die voorstander is van economische liberalisering. Bij de presidentsverkiezingen van febr. 1996 werd Monteiro herkozen voor een nieuwe ambtstermijn van vijf jaar. De oppositiepartij Paicv won de parlementsverkiezingen van 14 januari 2001. Premier Gualbert do Rosário gaf het verlies van de al tien jaar regerende Beweging voor Democratie (MPD) toe. Planten en dieren De plantenwereld is vrij arm aan soorten; bomen zijn erg zeldzaam, veel planten zijn cactussen. Ook de dierenwereld is zeer beperkt. Enkele landvogels en hagedissen komen maar op één of een paar van de eilanden voor. De kusten zijn belangrijk als broedplaatsen van zeevogels en zeeschildpadden. Soorten zoogdieren blijven beperkt tot knaagdieren en wilde geiten. De Kaapverdische Eilanden worden wel omringd door visrijke wateren. Economie Kaapverdië behoort tot de armste landen ter wereld. De werkloosheid onder de beroepsbevolking bedraagt ca. 25%; evenveel heeft te weinig werk. Door de grote droogte gingen vele oogsten verloren. Met voedselimport verbruikt men waardevolle valuta. Om buitenlands geld te verkrijgen is Kaapverdië afhankelijk van de emigranten die overzee leven en van ontwikkelingshulp. Hiermee worden grote werkgelegenheidsprogramma's gefinancierd: herbebossing, het maken van terrassen van de voor de landbouw bestemde berghellingen en wegenbouw. Alhoewel bijna 50% van de bevolking werkzaam is in de landbouw, draagt deze sector maar voor 12% bij in het bruto nationaal product (bnp). Op de lange uur zou Kaapverdië zijn afhankelijkheid van de landbouw kunnen verkleinen door zich meer te richten op de visserij, die zich gunstig ontwikkelt, en vooral op de dienstverlening en op de gespecialiseerde industrie. In 1989 werd een wet aangenomen, die investeringen ten behoeve van exportproducten en daarmee het scheppen van arbeidsplaatsen aanmoedigt, alsmede in een tien jaar lange vrijstelling van belasting, een tolvrije in- en uitvoer en in vrije winstovermakingen voorziet. Voor energie is men afhankelijk van geïmporteerde aardolie en bijproducten. Er is een mogelijkheid voor hydro-elektriciteit. De mijnbouw en industrie beperken zich tot de winning van zout en vulkanisch materiaal, en een conservenfabriek. Het bankwezen, dat verrassend efficiënt werkt, wordt nog verder uitgebreid. De centrale bank is de Banco de Cabo Verde, die tevens de commerciële bank is. Op Sal is een internationale luchthaven. Portugal is zowel voor de import (voedingsmiddelen en transportmateriaal) als voor de export (vis en visconserven) veruit de belangrijkste handelspartner. Fogo Fogo is een eilandje ten westen van Santiago. Het heeft een vulkaan van 2829 meter hoog, wat meteen de grootste attractie van het eiland is en eigenlijk van de hele archipel. Heel soms is er een eruptie. Zijn naam heeft Fogo te danken aan deze vulkaan. Fogo betekent immers 'vuur'. Het historische centrum van de stad Sao Filipe heeft lange lanen en prettige pleinen. Er staan hier gebouwen die nog herinneren aan de tijd van de slavernij. Ten noorden van Sao Filipe ligt een schitterend zwart strand van lavazand. Er zijn een aantal grotten en riffen. In Cha das Caldeiras, op de westhelling van de vulkaan, ligt het mooie park Monte Velho. Hier staat een aantal enorme bomen, die raar contrasteren met het voor de rest vrij kale landschap. De vulkaan moet ooit een hoogte van 3500 meter hebben gehad. Hij was actief tot in de achttiende eeuw. Héél soms maakt hij z'n aanwezigheid even duidelijk. De laatste eruptie was in 1995. De omgeving van dit eiland nodigt uit tot een mountainbike-tocht of een flinke wandeling. Je kunt het jezelf ook wat moeilijker maken door een klim te maken naar de top van de vulkaan. Het grootste culturele festival van Fogo is het festival van 'Bandeira de Sao Filipe', dat onder meer bestaat uit dansen, een paardenrace, een kerkdienst en een processie. Het wordt gehouden in de laatste week van april en eindigt op 1 mei. tekst afkomstig van |
|
|
Stichting Water voor Leven te Gouda, Bank 50 74 50 418, Giro 59 14 009 |